Date: 20 March 2026
Achter gesloten deuren vindt in Brussel een zorgwekkende verschuiving plaats: EU-regelgevers verruilen verantwoord risicomanagement voor een rigoureuze koers van risico-eliminatie. Hiermee brengen zij tientallen veelgebruikte botanicals in direct gevaar. Men probeert beperkingen op te leggen die louter gebaseerd zijn op theoretische gevaren, terwijl de praktijkgerichte wetenschap en de realiteit van alledag volledig worden genegeerd.
De moeizame strijd om harmonisatie
Al meer dan twintig jaar worstelt de Europese Unie met het creëren van een coherent en proportioneel kader voor de regulering van gezondheidsbevorderende botanicals. Sinds het begin van dit millennium hebben we maar liefst zeven verschillende mechanismen de revue zien passeren waarmee de EU grip probeert te krijgen op de kracht van planten.
De huidige strijd tussen lidstaten die pleiten voor strikte restricties — waarbij Duitsland de kar trekt en Nederland inmiddels helaas volgt — en degenen die een rationele, proportionele benadering voorstaan, bevindt zich nu in een kritieke fase. Het zevende, en naar mijn mening dodelijkste regelgevende wapen, is nu in stelling gebracht: Artikel 8 van de Verordening Voedselverrijking (1925/2006).
Van een bescheiden begin naar een verbod via de achterdeur
Oorspronkelijk was deze verordening bedoeld voor het op een veilige manier toevoegen van vitaminen en mineralen aan onze voeding, denk bijvoorbeeld aan de verrijking van brood met foliumzuur. Het was nooit de bedoeling dat dit instrument zou transformeren tot een munitie-depot voor een verbod op botanicals.
Toch zien we nu dat dit mechanisme wordt misbruikt om botanicals, die vaak al eeuwenlang veilig worden gebruikt, naar een zogenaamde ‘negatieve lijst’ (Annex III) te manoeuvreren. Onder aanvoering van de Duitse autoriteiten (het BfR) is er een lijst opgesteld van dertien prioritaire stoffen die nu onder het vergrootglas liggen. Denk hierbij aan breed gewaardeerde botanicals die voor velen van ons essentieel zijn:
- Ashwagandha: Een krachtig en geliefd adaptogeen dat momenteel zwaar onder vuur ligt
door toedoen van de Nederlandse overheid. - Curcumine: Deze stof wordt nu gebrandmerkt vanwege theoretische risico’s, ondanks een
overweldigende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs voor de vele gezondheidsvoordelen. - Sint-janskruid, Melatonine en Maca: Dit zijn stuk voor stuk middelen die diep geworteld zijn
in onze natuurlijke zelfzorgtradities en die we niet zomaar mogen opgeven.
De juridische werkelijkheid: een tik op de vingers voor Brussel
Gelukkig is er een belangrijke juridische drempel opgeworpen tegen deze drang naar verboden. In november 2024 vernietigde het Gerecht van de EU enkele vergaande beperkingen op onder andere aloë-extracten. De rechter was daarin klip en klaar: de Commissie mag niet zomaar een totaalverbod opleggen simpelweg omdat men beweert geen “veilige drempelwaarde” te kunnen vaststellen. Een risico mag nooit worden losgekoppeld van de feitelijke dosis en de normale blootstelling in het dagelijks gebruik.
Wetenschappelijke volwassenheid in plaats van de ban van botanicals
De kern van het probleem is een fundamentele wetenschappelijke mismatch. De klassieke toxicologie kijkt enkel naar de mogelijke schade bij extreme doses, maar gaat volledig voorbij aan het principe van hormese. Dit is het wetenschappelijke feit dat lage doses botanicals juist beschermende en gunstige effecten hebben op ons lichaam.
Als we de volksgezondheid serieus nemen, dan moeten we botanicals beoordelen op de manier waarop ze daadwerkelijk worden geconsumeerd: in de juiste bereidingsvorm, in realistische doses en met het diepste respect voor de rijke historische tradities — zoals de Ayurveda en de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM)— waaruit zij voortkomen.
Onze weg vooruit: wat we nu moeten doen?
We mogen simpelweg niet accepteren dat onze toegang tot natuurlijke gezondheidsmiddelen wordt gedicteerd door gesloten werkgroepen in Brussel en een voorzorgsprincipe dat geen enkele binding meer heeft met de werkelijkheid. Om de vrije keuze van de consument te beschermen, moeten we op de volgende drie fronten actie ondernemen:
Ten eerste moeten we onvermoeibaar blijven eisen dat de EU het principe van proportionaliteit respecteert. Er mag geen enkele beperking onder Artikel 8 worden opgelegd zonder dat er onomstotelijk bewijs is van daadwerkelijke schade bij normaal gebruik. Een theoretisch risico is geen rechtvaardiging voor een verbod.
Daarnaast is het essentieel dat de EU eindelijk de waarde van traditie erkent. Eeuwenlang traditioneel gebruik moet worden beschouwd als relevant en valide wetenschappelijk bewijs. Het mag niet langer worden weggezet als inferieur, simpelweg omdat het niet in een star farmaceutisch sjabloon past dat niet bedoeld is voor natuurproducten.
Tot slot roep ik zowel bedrijven als burgers op om zich te organiseren. We moeten onze collectieve stem laten horen door gebruik te maken van officiële EU-petities en het “Have Your Say”-portaal van
de Europese Commissie. Alleen door massaal van ons te laten horen, kunnen we invloed uitoefenen op de beleidsmakers.
Europa staat op een kruispunt: het moet kiezen voor wetenschappelijke volwassenheid en nuance, in plaats van mee te gaan in de systematische ban van botanicals. De tijd om in actie te komen is nu.
Voor het volledige artikel ga naar: FEATURE – The European siege on botanicals: why we must combat the latest EU anti-botanical push – ANH International

